Artikel 5 Te hanteren beoordelingsregels en voorwaarden
Het college verleent medewerking aan een aanvraag voor een omgevingsvergunning, voor een bijwoning met zelfstandige voorzieningen, indien voldaan wordt aan de volgende beoordelingsregels en voorwaarden:
De ‘bijwoning met zelfstandige voorzieningen’ is ondergeschikt aan de hoofdwoning en er is geen sprake van een zelfstandige woning;
De bijwoning met zelfstandige voorzieningen geeft in geen geval recht op een permanent woongebruik;
Er is sprake van een evenwichtige toedeling van de functie aan de locatie (ETFAL);
De bijwoning met zelfstandige voorzieningen wordt door maximaal 2 personen bewoond;
Er dient in alle gevallen sprake te zijn van één erf; er wordt geen aparte inrit/erftoegang of andere vorm van erfsplitsing gerealiseerd.
De bijwoning met zelfstandige voorzieningen is aangesloten op de nutsvoorzieningen van het hoofdgebouw;
De aanvraag voor de bijwoning voldoet, zo nodig met de aanleg en instandhouding van extra parkeerplaatsen, aan het vigerend parkeerbeleid;
De bijwoning met voorzieningen wordt ingepast binnen de bestaande bouw- en afwijkingsmogelijkheden van het ter plekke geldende omgevingsplan met een minimum gebruiksoppervlakte van 24 m2 en een maximum van 100 m2
De bijwoning met zelfstandige voorzieningen wordt/is nultreden en levensloopbestendig uitgevoerd;
De omgevingsvergunning wordt verleend aan de eigenaar van het perceel voor een periode van maximaal 10 jaar met mogelijkheid van een eenmalige verlenging van maximaal 5 jaar;
De vergunninghouder is eigenaar van het perceel met daarop het hoofdgebouw;
De vergunninghouder dient op het perceel ingeschreven te staan in de Basisregistratie Personen en dient zelf op het perceel te wonen (in het hoofdgebouw of in de bijwoning met zelfstandige voorzieningen);
De vergunning is alleen overdraagbaar aan een nieuwe eigenaar van het perceel, onder dezelfde voorwaarden genoemd in deze beleidsregel;
Het gebruik van de bijwoning met zelfstandige voorzieningen is persoonsgebonden en alleen toegestaan aan de personen genoemd in de omgevingsvergunning;
Het (deel van het) gebouw waarvoor de omgevingsvergunning is aangevraagd voldoet aan overige geldende wet- en regelgeving.