Artikel 4 Gebruik van de tijdelijke generatiewoning
Er is een omgevingsvergunning nodig voor tijdelijk gebruik. Dit is een persoonsgebonden vergunning.
De omgevingsvergunning voor het bewonen van een tijdelijke generatiewoning wordt verleend voor een periode van maximaal 10 jaar. Verlenging van deze termijn is mogelijk met 5 jaar.
De tijdelijke generatiewoning mag alleen worden gebruikt om in te wonen. Er zijn geen nevenactiviteiten of andere activiteiten toegestaan in directe relatie tot de tijdelijke generatiewoning.
De aanvraag moet worden ingediend door de bewoner(s) van de hoofdwoning.
Op de aanvraag en de vergunning voor tijdelijk gebruik van de generatiewoning moeten de volgende gegevens staan:
De voorletter(s), achternaam en geboortedatum van de bewoner(s) van de hoofdwoning.
Als de bewoner(s) van de hoofdwoning niet de eigenaar is (of zijn), moet ook de eigendomssituatie van de hoofdwoning worden vermeld.
De voorletter(s), achternaam en geboortedatum van de persoon of personen voor wie de generatiewoning wordt aangevraagd.
Er moet een familieband zijn in de eerste of tweede graad tussen de bewoner(s) van de hoofdwoning en de bewoner(s) van de generatiewoning.
De vergunning vervalt als de persoon of personen voor wie de vergunning is verleend, niet meer in de hoofdwoning of de generatiewoning wonen.
Als de situatie in punt 7 zich voordoet, zijn de volgende opties mogelijk:
De generatiewoning verwijderen of onklaar maken. In artikel 6 staat hoe dit moet.
De generatiewoning gebruiken als mantelzorgwoning. Dit kan als je mantelzorg wilt verlenen. De voorwaarden van het omgevingsplan of vergunningsvrije voorwaarden zijn dan van toepassing.
De generatiewoning gebruiken als pré-mantelzorgwoning. Dit kan als je pré-mantelzorg wilt verlenen. De voorwaarden van artikel 3 zijn dan van toepassing.
De generatiewoning opnieuw gebruiken als generatiewoning. Je kunt een nieuwe vergunning aanvragen voor een ander familielid (of andere familieleden), onder dezelfde voorwaarden.