Maximaal aantal woningen na splitsen
dat het maximaal aantal woonruimtes bij splitsing per pand nooit meer dan 8 zelfstandige woonruimtes bedraagt;
Toon het hele artikel
4.4.6 Specifiek voor de zelfstandige woonruimtes geldt: (4. Uitwerking regeling woningsplitsing, 4.4 Nadere ruimtelijke voorwaarden)
dat per zelfstandige woonruimte de minimale gebruiksoppervlakte 40 m2 bedraagt.
De norm van 40 m2 wordt niet naar boven afgerond. Bij een pand met een oorspronkelijke gebruiksoppervlakte van 110 m2 kunnen dus maximaal 2 zelfstandig woonruimtes worden gerealiseerd;
dat het maximaal aantal woonruimtes bij splitsing per pand nooit meer dan 8 zelfstandige woonruimtes bedraagt;
er dient per (on)zelfstandige woonruimte een bergruimte te zijn van minimaal 5 m2 inpandig of uitpandig, waarin in ieder geval fietsen gestald kunnen worden, of er dient aangetoond te worden dat stalling en berging op een andere wijze voldoende is geborgd.
Deze bergruimte is bedoeld om te voorkomen dat verrommeling van de openbare ruimte ontstaat door fietsen, kliko’s e.d. Hoe dit georganiseerd wordt (inpandig of niet) wordt per aanvraag beoordeeld;
elke (on)zelfstandige woonruimte of de gedeelde toegangshal van de (on)zelfstandige woonruimtes dient een directe toegang te hebben naar de openbare weg;
voor het overige dient te allen tijde voldaan te worden aan de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijvoorbeeld wat betreft de minimale oppervlaktes van verblijfsruimten.
Volgens deze regel: maximaal 8 woningen
Beleidsnota woningsplitsing en kamerbewoning, 4.4.6 Specifiek voor de zelfstandige woonruimtes geldt: op lokaleregelgeving.overheid.nl