Woning splitsen in Amsterdam: dit zijn de regels

Gratis en zonder account. Je ziet per regel de letterlijke tekst uit de regeling. De gemeente beslist.

In de regelgeving van Amsterdam staan 12 regels over splitsen, uit 3 regelingen. Hieronder staat elke regel met het artikel waar hij uit komt. De gemarkeerde tekst is de regel zelf.

Volgens deze regels onder meer:

  • gemiddelde oppervlakte per nieuwe woning: gemiddeld minimaal 40 m2 per nieuwe woning
  • gemiddelde oppervlakte per nieuwe woning: gemiddeld minimaal 100 m2 per nieuwe woning
  • minimale oppervlakte van de bestaande woning: minimaal 100 m2 gebruiksoppervlakte
  • minimale oppervlakte van de bestaande woning: minimaal 200 m2 gebruiksoppervlakte

19% van de woningen in Amsterdam is 100 m2 of groter, de ondergrens voor splitsen (de laagste ondergrens in de regels). Bron: CBS StatLine 83704NED en 82550NED (op basis van de BAG), peildatum 1 januari 2026.

Of een regel voor jouw adres geldt, hangt af van je situatie en soms van het gebied. Daarom staat elke regel op nagaan. Regelingen volgens CVDR, peildatum 19 oktober 2026. Meer over dit onderwerp: splitsen.

Huisvestingsverordening Amsterdam 2024

Geldend vanaf 1 januari 2026. Bekijk de bron op lokaleregelgeving.overheid.nl

Nagaan

Waar de regel geldt

Als gebouwen als bedoeld in artikel 22 van de Huisvestingswet worden aangewezen, alle gebouwen, tot stand gekomen vóór 1940 in het gebied zoals opgenomen in bijlage 2, met uitzondering van:

Toon het hele artikel

Artikel 3.4.1 Werkingsgebied (Hoofdstuk 3 Wijziging van de woonruimtevoorraad, Paragraaf 4 Werkingsgebied)

Als gebouwen als bedoeld in artikel 22 van de Huisvestingswet worden aangewezen, alle gebouwen, tot stand gekomen vóór 1940 in het gebied zoals opgenomen in bijlage 2, met uitzondering van:

gebouwen waarin afsplitsing van niet-woonruimten plaatsvindt, waarnaast alle woonruimten samen in één appartementsrecht worden ondergebracht. Is er slechts één woning in het gebouw dan is wel een vergunning vereist;

gebouwen waar gesplitst wordt met behoud van hetzelfde aantal appartementsrechten en hetzelfde aantal woonruimten; en,

gebouwen waarvan het aantal appartementsrechten toe of afneemt na een eerdere splitsing in appartementsrechten én waardoor de wijziging in de appartementsrechten geen van de al bestaande woningen individueel overdraagbaar worden die dat voorheen niet waren. Dit geldt alléén als het gebouw eerder met een splitsingsvergunning is gesplitst.

Kern van deze regel: "tot stand gekomen vóór 1940 in het gebied zoals opgenomen in bijlage 2" (voorwaarde: splitsingsvergunning in appartementsrechten)

Huisvestingsverordening Amsterdam 2024, Artikel 3.4.1 op lokaleregelgeving.overheid.nl

Nagaan

Gemiddelde oppervlakte per nieuwe woning

in het geval van gevormde woonruimten ontstaan uit een niet laaggelegen woonruimte, veertig vierkante meter; of,

Toon het hele artikel

Artikel 3.3.10 Vergunning woningvormen (Hoofdstuk 3 Wijziging van de woonruimtevoorraad, Paragraaf 3 Vergunningverlening voorraadvergunningen)

Voor een vergunning voor woningvorming als bedoeld in artikel 3.1.1, tweede lid, onderdeel d, gelden de volgende voorwaarden:

de woonruimte waaruit wordt gevormd, is zelfstandig en heeft een gebruiksoppervlak van ten minste:

in het geval van een niet laaggelegen woonruimte, honderd vierkante meter; of,

in het geval van een laaggelegen woonruimte, tweehonderd vierkante meter;

de nieuw te vormen woonruimten hebben gemiddeld een gebruiksoppervlak van ten minste:

in het geval van gevormde woonruimten ontstaan uit een niet laaggelegen woonruimte, veertig vierkante meter; of,

in het geval van gevormde woonruimten ontstaan uit een laaggelegen woonruimte, honderd vierkante meter;

elke nieuw te vormen woonruimte is zelfstandig en heeft ten minste een gebruiksoppervlak van achttien vierkante meter;

het verbouwen van een woonruimte tot één of meer woonruimten kleiner dan veertig vierkante meter is niet toegestaan in door burgemeester en wethouders in de nadere regels aangewezen stadsdelen;

de woonruimte waaruit wordt gevormd, betreft geen woonruimte die is ontstaan als gevolg van woningvorming op basis van een vergunning als bedoeld in artikel 3.1.1, tweede lid, onderdeel d die na 31 december 2020 is aangevraagd.

Voor een vergunning voor woningvorming als bedoeld in artikel 3.1.1 tweede lid, onderdeel d, gelden de volgende voorschriften:

er moet vanaf ingebruikname worden voldaan aan de geluids- en kwaliteitseisen voor woningvormen; en,

er wordt binnen zes maanden na vergunningverlening een melding gedaan van feitelijke ingebruikname op een door burgemeester en wethouders voorgeschreven wijze.

De oppervlakte-eisen als bedoeld in het eerste lid onderdelen a, b en d gelden niet in het geval van een externe ruimte die verbonden is via een gemeenschappelijke verkeersruimte.

Burgemeester en wethouders stellen nadere regels met betrekking tot de geluids- en kwaliteitseisen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a.

AFDELING II SPLITSING IN APPARTEMENTSRECHTEN

Volgens deze regel: gemiddeld minimaal 40 m2 per nieuwe woning (voorwaarde: ontstaan uit een niet laaggelegen woonruimte)

Huisvestingsverordening Amsterdam 2024, Artikel 3.3.10 op lokaleregelgeving.overheid.nl

Nagaan

Gemiddelde oppervlakte per nieuwe woning

in het geval van gevormde woonruimten ontstaan uit een laaggelegen woonruimte, honderd vierkante meter;

Toon het hele artikel

Artikel 3.3.10 Vergunning woningvormen (Hoofdstuk 3 Wijziging van de woonruimtevoorraad, Paragraaf 3 Vergunningverlening voorraadvergunningen)

Voor een vergunning voor woningvorming als bedoeld in artikel 3.1.1, tweede lid, onderdeel d, gelden de volgende voorwaarden:

de woonruimte waaruit wordt gevormd, is zelfstandig en heeft een gebruiksoppervlak van ten minste:

in het geval van een niet laaggelegen woonruimte, honderd vierkante meter; of,

in het geval van een laaggelegen woonruimte, tweehonderd vierkante meter;

de nieuw te vormen woonruimten hebben gemiddeld een gebruiksoppervlak van ten minste:

in het geval van gevormde woonruimten ontstaan uit een niet laaggelegen woonruimte, veertig vierkante meter; of,

in het geval van gevormde woonruimten ontstaan uit een laaggelegen woonruimte, honderd vierkante meter;

elke nieuw te vormen woonruimte is zelfstandig en heeft ten minste een gebruiksoppervlak van achttien vierkante meter;

het verbouwen van een woonruimte tot één of meer woonruimten kleiner dan veertig vierkante meter is niet toegestaan in door burgemeester en wethouders in de nadere regels aangewezen stadsdelen;

de woonruimte waaruit wordt gevormd, betreft geen woonruimte die is ontstaan als gevolg van woningvorming op basis van een vergunning als bedoeld in artikel 3.1.1, tweede lid, onderdeel d die na 31 december 2020 is aangevraagd.

Voor een vergunning voor woningvorming als bedoeld in artikel 3.1.1 tweede lid, onderdeel d, gelden de volgende voorschriften:

er moet vanaf ingebruikname worden voldaan aan de geluids- en kwaliteitseisen voor woningvormen; en,

er wordt binnen zes maanden na vergunningverlening een melding gedaan van feitelijke ingebruikname op een door burgemeester en wethouders voorgeschreven wijze.

De oppervlakte-eisen als bedoeld in het eerste lid onderdelen a, b en d gelden niet in het geval van een externe ruimte die verbonden is via een gemeenschappelijke verkeersruimte.

Burgemeester en wethouders stellen nadere regels met betrekking tot de geluids- en kwaliteitseisen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a.

AFDELING II SPLITSING IN APPARTEMENTSRECHTEN

Volgens deze regel: gemiddeld minimaal 100 m2 per nieuwe woning (voorwaarde: ontstaan uit een laaggelegen woonruimte)

Huisvestingsverordening Amsterdam 2024, Artikel 3.3.10 op lokaleregelgeving.overheid.nl

Nagaan

Minimale oppervlakte van de bestaande woning

in het geval van een niet laaggelegen woonruimte, honderd vierkante meter; of,

Toon het hele artikel

Artikel 3.3.10 Vergunning woningvormen (Hoofdstuk 3 Wijziging van de woonruimtevoorraad, Paragraaf 3 Vergunningverlening voorraadvergunningen)

Voor een vergunning voor woningvorming als bedoeld in artikel 3.1.1, tweede lid, onderdeel d, gelden de volgende voorwaarden:

de woonruimte waaruit wordt gevormd, is zelfstandig en heeft een gebruiksoppervlak van ten minste:

in het geval van een niet laaggelegen woonruimte, honderd vierkante meter; of,

in het geval van een laaggelegen woonruimte, tweehonderd vierkante meter;

de nieuw te vormen woonruimten hebben gemiddeld een gebruiksoppervlak van ten minste:

in het geval van gevormde woonruimten ontstaan uit een niet laaggelegen woonruimte, veertig vierkante meter; of,

in het geval van gevormde woonruimten ontstaan uit een laaggelegen woonruimte, honderd vierkante meter;

elke nieuw te vormen woonruimte is zelfstandig en heeft ten minste een gebruiksoppervlak van achttien vierkante meter;

het verbouwen van een woonruimte tot één of meer woonruimten kleiner dan veertig vierkante meter is niet toegestaan in door burgemeester en wethouders in de nadere regels aangewezen stadsdelen;

de woonruimte waaruit wordt gevormd, betreft geen woonruimte die is ontstaan als gevolg van woningvorming op basis van een vergunning als bedoeld in artikel 3.1.1, tweede lid, onderdeel d die na 31 december 2020 is aangevraagd.

Voor een vergunning voor woningvorming als bedoeld in artikel 3.1.1 tweede lid, onderdeel d, gelden de volgende voorschriften:

er moet vanaf ingebruikname worden voldaan aan de geluids- en kwaliteitseisen voor woningvormen; en,

er wordt binnen zes maanden na vergunningverlening een melding gedaan van feitelijke ingebruikname op een door burgemeester en wethouders voorgeschreven wijze.

De oppervlakte-eisen als bedoeld in het eerste lid onderdelen a, b en d gelden niet in het geval van een externe ruimte die verbonden is via een gemeenschappelijke verkeersruimte.

Burgemeester en wethouders stellen nadere regels met betrekking tot de geluids- en kwaliteitseisen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a.

AFDELING II SPLITSING IN APPARTEMENTSRECHTEN

Volgens deze regel: minimaal 100 m2 gebruiksoppervlakte (voorwaarde: niet laaggelegen woonruimte)

Huisvestingsverordening Amsterdam 2024, Artikel 3.3.10 op lokaleregelgeving.overheid.nl

Nagaan

Minimale oppervlakte van de bestaande woning

in het geval van een laaggelegen woonruimte, tweehonderd vierkante meter;

Toon het hele artikel

Artikel 3.3.10 Vergunning woningvormen (Hoofdstuk 3 Wijziging van de woonruimtevoorraad, Paragraaf 3 Vergunningverlening voorraadvergunningen)

Voor een vergunning voor woningvorming als bedoeld in artikel 3.1.1, tweede lid, onderdeel d, gelden de volgende voorwaarden:

de woonruimte waaruit wordt gevormd, is zelfstandig en heeft een gebruiksoppervlak van ten minste:

in het geval van een niet laaggelegen woonruimte, honderd vierkante meter; of,

in het geval van een laaggelegen woonruimte, tweehonderd vierkante meter;

de nieuw te vormen woonruimten hebben gemiddeld een gebruiksoppervlak van ten minste:

in het geval van gevormde woonruimten ontstaan uit een niet laaggelegen woonruimte, veertig vierkante meter; of,

in het geval van gevormde woonruimten ontstaan uit een laaggelegen woonruimte, honderd vierkante meter;

elke nieuw te vormen woonruimte is zelfstandig en heeft ten minste een gebruiksoppervlak van achttien vierkante meter;

het verbouwen van een woonruimte tot één of meer woonruimten kleiner dan veertig vierkante meter is niet toegestaan in door burgemeester en wethouders in de nadere regels aangewezen stadsdelen;

de woonruimte waaruit wordt gevormd, betreft geen woonruimte die is ontstaan als gevolg van woningvorming op basis van een vergunning als bedoeld in artikel 3.1.1, tweede lid, onderdeel d die na 31 december 2020 is aangevraagd.

Voor een vergunning voor woningvorming als bedoeld in artikel 3.1.1 tweede lid, onderdeel d, gelden de volgende voorschriften:

er moet vanaf ingebruikname worden voldaan aan de geluids- en kwaliteitseisen voor woningvormen; en,

er wordt binnen zes maanden na vergunningverlening een melding gedaan van feitelijke ingebruikname op een door burgemeester en wethouders voorgeschreven wijze.

De oppervlakte-eisen als bedoeld in het eerste lid onderdelen a, b en d gelden niet in het geval van een externe ruimte die verbonden is via een gemeenschappelijke verkeersruimte.

Burgemeester en wethouders stellen nadere regels met betrekking tot de geluids- en kwaliteitseisen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a.

AFDELING II SPLITSING IN APPARTEMENTSRECHTEN

Volgens deze regel: minimaal 200 m2 gebruiksoppervlakte (voorwaarde: laaggelegen woonruimte)

Huisvestingsverordening Amsterdam 2024, Artikel 3.3.10 op lokaleregelgeving.overheid.nl

Nagaan

Minimale oppervlakte per nieuwe woning

elke nieuw te vormen woonruimte is zelfstandig en heeft ten minste een gebruiksoppervlak van achttien vierkante meter;

Toon het hele artikel

Artikel 3.3.10 Vergunning woningvormen (Hoofdstuk 3 Wijziging van de woonruimtevoorraad, Paragraaf 3 Vergunningverlening voorraadvergunningen)

Voor een vergunning voor woningvorming als bedoeld in artikel 3.1.1, tweede lid, onderdeel d, gelden de volgende voorwaarden:

de woonruimte waaruit wordt gevormd, is zelfstandig en heeft een gebruiksoppervlak van ten minste:

in het geval van een niet laaggelegen woonruimte, honderd vierkante meter; of,

in het geval van een laaggelegen woonruimte, tweehonderd vierkante meter;

de nieuw te vormen woonruimten hebben gemiddeld een gebruiksoppervlak van ten minste:

in het geval van gevormde woonruimten ontstaan uit een niet laaggelegen woonruimte, veertig vierkante meter; of,

in het geval van gevormde woonruimten ontstaan uit een laaggelegen woonruimte, honderd vierkante meter;

elke nieuw te vormen woonruimte is zelfstandig en heeft ten minste een gebruiksoppervlak van achttien vierkante meter;

het verbouwen van een woonruimte tot één of meer woonruimten kleiner dan veertig vierkante meter is niet toegestaan in door burgemeester en wethouders in de nadere regels aangewezen stadsdelen;

de woonruimte waaruit wordt gevormd, betreft geen woonruimte die is ontstaan als gevolg van woningvorming op basis van een vergunning als bedoeld in artikel 3.1.1, tweede lid, onderdeel d die na 31 december 2020 is aangevraagd.

Voor een vergunning voor woningvorming als bedoeld in artikel 3.1.1 tweede lid, onderdeel d, gelden de volgende voorschriften:

er moet vanaf ingebruikname worden voldaan aan de geluids- en kwaliteitseisen voor woningvormen; en,

er wordt binnen zes maanden na vergunningverlening een melding gedaan van feitelijke ingebruikname op een door burgemeester en wethouders voorgeschreven wijze.

De oppervlakte-eisen als bedoeld in het eerste lid onderdelen a, b en d gelden niet in het geval van een externe ruimte die verbonden is via een gemeenschappelijke verkeersruimte.

Burgemeester en wethouders stellen nadere regels met betrekking tot de geluids- en kwaliteitseisen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a.

AFDELING II SPLITSING IN APPARTEMENTSRECHTEN

Volgens deze regel: minimaal achttien m2 gebruiksoppervlakte per nieuwe woning

Huisvestingsverordening Amsterdam 2024, Artikel 3.3.10 op lokaleregelgeving.overheid.nl

Nagaan

Termijn na vergunning

indien niet binnen één jaar nadat de beschikking is afgegeven, is overgegaan tot overschrijving in openbare registers van de akte van splitsing in appartementsrechten, bedoeld in artikel 109 Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, of tot het verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten;

Toon het hele artikel

Artikel 3.6.5 Intrekken vergunning (Hoofdstuk 3 Wijziging van de woonruimtevoorraad, Paragraaf 6 Vergunningverlening splitsing)

Burgemeester en wethouders kunnen een splitsingsvergunning intrekken:

indien niet binnen één jaar nadat de beschikking is afgegeven, is overgegaan tot overschrijving in openbare registers van de akte van splitsing in appartementsrechten, bedoeld in artikel 109 Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, of tot het verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten;

indien de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren;

in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; en,

indien niet wordt voldaan aan de ingevolge dit hoofdstuk bij de vergunning gestelde voorwaarden of voorschriften.

Volgens deze regel: 1 jaar na de vergunning

Huisvestingsverordening Amsterdam 2024, Artikel 3.6.5 op lokaleregelgeving.overheid.nl

Nagaan

Termijn na vergunning

niet binnen zes maanden nadat de beschikking is afgegeven, is overgegaan tot omzetting of woningvorming;

Toon het hele artikel

Artikel 3.3.2 Intrekken vergunning (Hoofdstuk 3 Wijziging van de woonruimtevoorraad, Paragraaf 3 Vergunningverlening voorraadvergunningen)

Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning als bedoeld in artikel 3.1.1, tweede lid, intrekken indien:

niet binnen één jaar nadat de beschikking is afgegeven, is overgegaan tot onttrekking of samenvoeging;

niet binnen zes maanden nadat de beschikking is afgegeven, is overgegaan tot omzetting of woningvorming;

de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren;

niet wordt voldaan aan de ingevolge dit hoofdstuk bij de vergunning gestelde voorwaarden of voorschriften;

er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; of,

de vergunninghouder schriftelijk te kennen heeft gegeven van de vergunning geen gebruik meer te willen maken.

Wanneer de omzettings- of onttrekkingsvergunning als bedoeld in artikel 3.1.1, tweede lid, onderdelen a en c, is ingetrokken, dient de woonruimte die respectievelijk is omgezet in onzelfstandige woonruimten of is onttrokken weer als zelfstandige woonruimte in gebruik te worden genomen. In het geval van een situatie als bedoeld in artikel 3.1.1, tweede lid, is daarna opnieuw een vergunning vereist.

Burgemeester en wethouders kunnen verleende voorraadvergunningen wijzigen en verleende vergunningen intrekken indien veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten wijziging nodig maken.

Volgens deze regel: 6 maanden na de vergunning (voorwaarde: geldt voor omzetting of woningvorming)

Huisvestingsverordening Amsterdam 2024, Artikel 3.3.2 op lokaleregelgeving.overheid.nl

Nagaan

Wanneer het niet mag

de woonruimte waaruit wordt gevormd, betreft geen woonruimte die is ontstaan als gevolg van woningvorming op basis van een vergunning als bedoeld in artikel 3.1.1, tweede lid, onderdeel d die na 31 december 2020 is aangevraagd.

Toon het hele artikel

Artikel 3.3.10 Vergunning woningvormen (Hoofdstuk 3 Wijziging van de woonruimtevoorraad, Paragraaf 3 Vergunningverlening voorraadvergunningen)

Voor een vergunning voor woningvorming als bedoeld in artikel 3.1.1, tweede lid, onderdeel d, gelden de volgende voorwaarden:

de woonruimte waaruit wordt gevormd, is zelfstandig en heeft een gebruiksoppervlak van ten minste:

in het geval van een niet laaggelegen woonruimte, honderd vierkante meter; of,

in het geval van een laaggelegen woonruimte, tweehonderd vierkante meter;

de nieuw te vormen woonruimten hebben gemiddeld een gebruiksoppervlak van ten minste:

in het geval van gevormde woonruimten ontstaan uit een niet laaggelegen woonruimte, veertig vierkante meter; of,

in het geval van gevormde woonruimten ontstaan uit een laaggelegen woonruimte, honderd vierkante meter;

elke nieuw te vormen woonruimte is zelfstandig en heeft ten minste een gebruiksoppervlak van achttien vierkante meter;

het verbouwen van een woonruimte tot één of meer woonruimten kleiner dan veertig vierkante meter is niet toegestaan in door burgemeester en wethouders in de nadere regels aangewezen stadsdelen;

de woonruimte waaruit wordt gevormd, betreft geen woonruimte die is ontstaan als gevolg van woningvorming op basis van een vergunning als bedoeld in artikel 3.1.1, tweede lid, onderdeel d die na 31 december 2020 is aangevraagd.

Voor een vergunning voor woningvorming als bedoeld in artikel 3.1.1 tweede lid, onderdeel d, gelden de volgende voorschriften:

er moet vanaf ingebruikname worden voldaan aan de geluids- en kwaliteitseisen voor woningvormen; en,

er wordt binnen zes maanden na vergunningverlening een melding gedaan van feitelijke ingebruikname op een door burgemeester en wethouders voorgeschreven wijze.

De oppervlakte-eisen als bedoeld in het eerste lid onderdelen a, b en d gelden niet in het geval van een externe ruimte die verbonden is via een gemeenschappelijke verkeersruimte.

Burgemeester en wethouders stellen nadere regels met betrekking tot de geluids- en kwaliteitseisen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a.

AFDELING II SPLITSING IN APPARTEMENTSRECHTEN

Kern van deze regel: "geen woonruimte die is ontstaan als gevolg van woningvorming" (voorwaarde: vergunning na 31 december 2020 aangevraagd)

Huisvestingsverordening Amsterdam 2024, Artikel 3.3.10 op lokaleregelgeving.overheid.nl

Nagaan

Vergunning nodig

tot twee of meer woonruimten te verbouwen of in die verbouwde staat te houden (woningvorming).

Toon het hele artikel

Artikel 3.1.1 Reikwijdte vergunningplicht (Hoofdstuk 3 Wijziging van de woonruimtevoorraad, Paragraaf 1 Werkingsgebied)

Als woonruimten waarvoor de vergunningplicht geldt als bedoeld in artikel 21, onderdelen a, b, c en e van de Huisvestingswet zijn alle woonruimten in de gemeente Amsterdam aangewezen.

Het is verboden om woonruimte als bedoeld in het eerste lid zonder vergunning van burgemeester en wethouders:

anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar aan de bestemming tot bewoning te onttrekken of onttrokken te houden;

anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar met andere woonruimte samen te voegen of samengevoegd te houden;

van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte(n) om te zetten of omgezet te houden; of,

tot twee of meer woonruimten te verbouwen of in die verbouwde staat te houden (woningvorming).

De vrijstellingen op de vergunningplichten, zoals genoemd in deze paragraaf, zijn niet van toepassing op de situatie waarbij door de eigenaar of een derde is gehandeld met de kennelijke strekking afbreuk te doen aan de werking van de regels die bij of krachtens de Huisvestingswet zijn gesteld.

Kern van deze regel: "tot twee of meer woonruimten te verbouwen"

Huisvestingsverordening Amsterdam 2024, Artikel 3.1.1 op lokaleregelgeving.overheid.nl

Nadere regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2024

Geldend vanaf 1 januari 2026. Bekijk de bron op lokaleregelgeving.overheid.nl

Nagaan

Waar de regel geldt

De stadsdelen als bedoeld in het eerste lid zijn op basis van de laatst beschikbare cijfers 2023: Oost, Centrum en Zuidoost.

Toon het hele artikel

Artikel 3. Uitgesloten stadsdelen woningvorming (Hoofdstuk 4 Voorraadvergunningen)

Het verbouwen van een woonruimte tot één of meer woonruimten kleiner dan 40m2 is niet toegestaan als het aandeel woningen dat kleiner is dan 40m2 in het desbetreffende stadsdeel hoger is dan het aandeel in de gemeente Amsterdam.

De stadsdelen als bedoeld in het eerste lid zijn op basis van de laatst beschikbare cijfers 2023: Oost, Centrum en Zuidoost.

Kern van deze regel: "Oost, Centrum en Zuidoost" (voorwaarde: verbod op woningvorming tot woonruimten kleiner dan 40m2)

Nadere regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2024, Artikel 3. Uitgesloten stadsdelen woningvorming op lokaleregelgeving.overheid.nl

Omgevingsplan gemeente Amsterdam

Geldend vanaf 14 oktober 2026. Bekijk de bron op lokaleregelgeving.overheid.nl

Nagaan

Vergunning nodig

Het is verboden een woonruimte te verbouwen tot twee of meer woonruimten, tenzij daarvoor de op grond van de Huisvestingsverordening benodigde woningvormingsvergunning is verleend.

Toon het hele artikel

Artikel 2.20 Woningvorming (Hoofdstuk 2 GEBRUIKSDOEL VAN GRONDEN EN BOUWWERKEN, REGELS OVER GEBRUIK, Afdeling 2.3 GEBRUIKSDOELEN VAN GRONDEN EN BOUWWERKEN, TOEGESTAAN GEBRUIK EN REGELS OVER DAT GEBRUIK, Paragraaf 2.3.1 Wonen, Subparagraaf 2.3.1.3 Regels over activiteiten waarvoor een vergunningplicht op grond van de Huisvestingsverordening geldt)

Het is verboden een woonruimte te verbouwen tot twee of meer woonruimten, tenzij daarvoor de op grond van de Huisvestingsverordening benodigde woningvormingsvergunning is verleend.

Kern van deze regel: "een woonruimte te verbouwen tot twee of meer woonruimten"

Omgevingsplan gemeente Amsterdam, Artikel 2.20 Woningvorming op lokaleregelgeving.overheid.nl

Vergeleken met buurgemeenten

Minimale oppervlakte bestaande woning, volgens de regels in de CVDR
GemeenteWaarde
Amsterdam100 m2 / 200 m2
Diemen40 m2
Haarlemmermeer120 m2
Hilversum80 m2
Zaanstad140 m2

Meerdere waarden betekent: verschillende regels, bijvoorbeeld per gebied of situatie. Zie de regels per gemeente.

Buurgemeenten

Grijs: geen regeling gevonden voor dit onderwerp.

Splitsen in andere gemeenten

Splitsen: alle gemeenten

Meer weten

Wil je verder met je plan?

Laat je e-mailadres achter, dan hoor je per mail wat een logische volgende stap is in Amsterdam. Zonder kosten voor jou.

We sturen je aanvraag door naar maximaal 2 gespecialiseerde partijen die je plan kunnen uitvoeren. Voor jou zijn er geen kosten aan verbonden. Lees onze privacyverklaring.

Dit is algemene informatie, geen juridisch advies. De gemeente beslist.